Hoptimaal
Bierschool
Elke bierstijl in gewone woorden: hoe het smaakt, waar het vandaan komt en welke verhalen niet kloppen. Alles nagezocht, met bronnen.
Zacht & Rond
Past bij het smaakprofiel Zacht & Rond uit de Smaakwijzer.
Fris & Fruitig
Past bij het smaakprofiel Fris & Fruitig uit de Smaakwijzer.
Hoppig & Bitter
Past bij het smaakprofiel Hoppig & Bitter uit de Smaakwijzer.
Donker & Romig
Past bij het smaakprofiel Donker & Romig uit de Smaakwijzer.
Alcoholarm
Past bij het smaakprofiel Alcoholarm uit de Smaakwijzer.
Geen bier, wel in de winkel
Fabels over bier
Verhalen die je vaak hoort. Wat klopt er wel van, en wat niet? Fabels over één stijl vind je op de pagina van die stijl.
Fabel
‘Donker bier is zwaarder en sterker dan blond bier.’
Kleur is geen maat voor alcohol: bier wordt donker door geroosterde of donker gedroogde mout. Een zwarte Irish stout heeft meestal minder alcohol dan een goudgele tripel.
Deels waar
‘Bier moet je ijskoud drinken.’
Voor een lichte pils kan dat prima, maar voor de meeste speciaalbieren niet: kou dempt geur en smaak. Hoe sterker en donkerder het bier, hoe minder koud je het schenkt.
Fabel
‘Bier in groene of doorzichtige flessen gaat 'skunky' (stinkdierachtig) smaken door warmte.’
Die stinkdiergeur komt door licht, niet door warmte. Licht breekt bitterstoffen uit de hop af; bruin glas beschermt beter dan groen of helder glas, en blik laat geen licht door.
Fabel
‘Bier dat over de houdbaarheidsdatum is, is bedorven.’
Op bier staat 'ten minste houdbaar tot' (THT): een kwaliteitsdatum, geen veiligheidsdatum. Hoppig bier verliest met de tijd wel aroma, terwijl sommige sterke of zure bieren met de jaren juist mooier worden.
Fabel
‘Bezinksel of gist onderin de fles betekent dat het bier slecht is.’
Bij bier dat op de fles is nagegist, is dat laagje gewoon gist: zo krijgt het bier zijn prik. Of je het meeschenkt, hangt af van de stijl en van je smaak.
Fabel
‘Uit het flesje of blikje drinken smaakt hetzelfde als uit een glas.’
Wat je 'proeft', is voor een groot deel geur. Uit een glas komt het aroma bij je neus vrij; drink je uit de fles of het blik, dan ruik je daar minder van.
Fabel
‘Het IBU-getal vertelt precies hoe bitter je een bier proeft.’
IBU meet in het lab een bitterstof uit hop, niet wat jij proeft. Zoetheid en body van de mout kunnen bitterheid maskeren, en een droog bier kan juist bitterder lijken.
Deels waar
‘Het Reinheitsgebot is een eeuwenoude garantie voor puur bier van goede kwaliteit.’
Het Beierse besluit van 1516 beperkte de grondstoffen tot gerst, hop en water, maar regelde net zo goed de bierprijs. Gist werd niet genoemd, en de naam 'Reinheitsgebot' stamt pas uit de 20e eeuw.
Deels waar
‘Craftbier betekent: bier van een kleine brouwerij.’
Er is geen eenduidige definitie van craftbier. De bekendste, van de Amerikaanse Brewers Association, gaat over de brouwer en niet over het bier, en daar is 'klein' tot ruim 7 miljoen hectoliter per jaar.
Fabel
‘Een schuimkraag is verspilling; een goed glas is tot de rand vol bier.’
Schuim houdt geurstoffen vast en versterkt zo de smaakbeleving. Een kraag hoort erbij.
Fabel
‘Bier na wijn geeft venijn, wijn na bier geeft plezier: de volgorde bepaalt je kater.’
In een gecontroleerde studie met 90 proefpersonen maakte de volgorde geen verschil voor de kater. Volgens de onderzoekers geeft te veel drinken, van welke drank dan ook, waarschijnlijk een kater.
Fabel
‘Trappist is een bierstijl.’
Trappist zegt waar en door wie het bier gemaakt is, niet hoe het smaakt. Trappistenbrouwerijen maken allerlei stijlen.
Fabel
‘Bier uit blik is minder goed dan bier uit de fles en smaakt naar metaal.’
Blik laat geen licht door en heeft aan de binnenkant een beschermlaag. Voor het bewaren van bier is dat eerder een voordeel.
Begrippen
- Abdijbier
- Bier met de naam of uitstraling van een abdij dat door een gewone brouwerij wordt gemaakt, soms onder licentie van een abdij en soms zonder enige band met een klooster, en dat niet aan de trappistenregels hoeft te voldoen.
- Adjunct
- Een ongemoute graansoort (zoals mais, rijst of ongemoute tarwe) of andere vergistbare grondstof (zoals suiker) die een brouwer naast mout gebruikt, wat een bier lichter van lichaam kan maken.
- Afdronk
- De smaak en geur die blijven hangen nadat je het bier hebt doorgeslikt, bijvoorbeeld een lang nablijvende bitterheid.
- Alcoholpercentage (% vol.)
- Hoeveel alcohol er in het bier zit, gemeten in volume (6% vol. is 6 ml alcohol per 100 ml bier); volgens de EU-regels mag het getal op het etiket bij bier tot en met 5,5% vol. 0,5% vol. naar boven of beneden afwijken, en bij sterker bier 1% vol.
- Barrel aged (houtrijping)
- Bier dat een tijd op houten vaten (of met hout erin) heeft gerijpt, soms in vaten waar eerder bourbon of een andere drank in zat, wat tonen van hout, vanille, karamel of toast kan geven.
- Blend / blending
- Het mengen van bieren van verschillende leeftijden of vaten tot één eindproduct, zoals bij geuze, waarin jonge en oude lambiek samenkomen.
- Bovengisting (hoge gisting)
- Gisting met gist die tijdens het gisten naar boven komt (ale-gist), meestal bij een hogere temperatuur dan ondergisting; zo worden onder meer pale ale, IPA, stout, weizen en Belgische stijlen als witbier, dubbel en tripel gemaakt.
- Brettanomyces ('Brett')
- Een wilde gistsoort die fruitige maar ook 'funky' tonen kan geven, zoals leer, stal of paardendeken, en die gewenst is in onder meer lambiek en veel op hout gerijpte bieren.
- Cask / fust
- Cask is Engels en fust Nederlands voor een vat; bij Engelse 'real ale' gist het bier na in de cask waaruit het wordt getapt, zonder dat er koolzuur aan wordt toegevoegd.
- Double / imperial
- Aanduiding voor een sterkere en intensere versie van een bekende stijl, zoals een double IPA (volgens de BJCP 7,5–10% alcohol) of een imperial stout (8–12%).
- Droog (hoog vergist)
- Een bier dat weinig zoet aanvoelt, omdat de gist het grootste deel van de suikers heeft omgezet.
- Dry hopping (droog hoppen)
- Hop toevoegen nadat het wort gekookt is, vaak tijdens of na de gisting, voor een frisse, sterke hopgeur zonder dat het bier noemenswaardig bitterder wordt.
- EBC en SRM
- Twee meetschalen voor de kleur van bier, de Europese (EBC) en de Amerikaanse (SRM): hoe hoger het getal, hoe donkerder het bier, en het EBC-getal is ongeveer het dubbele van het SRM-getal (volgens de Brewers Association is bier vanaf 40 SRM, ofwel zo'n 80 EBC, zwart).
- Gist
- Het micro-organisme dat tijdens de gisting de suikers uit de mout omzet in alcohol en koolzuur.
- Hazy / troebel
- Bier dat bewust troebel is, zoals een hazy (New England) IPA, waarbij de bronnen verschillen over waar die waas vandaan komt: volgens de BJCP van stoffen uit de hop die samengaan met eiwitten uit het graan en niet van gist, volgens de Brewers Association ook van onder meer gist en zetmeel.
- Hergisting op fles
- Bij het bottelen gaat er nog wat suiker of wort bij het bier, zodat de gist in de fles opnieuw gist en het bier op natuurlijke wijze zijn prik krijgt; vaak zie je daardoor een laagje gist onderin.
- Hop
- De kegelvormige bloemen van de vrouwelijke hopplant (Humulus lupulus), die bier bitterheid, geur en smaak geven en bacteriën remmen.
- IBU (International Bitterness Units)
- Een labmeting van de hoeveelheid bitterstof uit hop in bier, die niet altijd overeenkomt met hoe bitter jij het proeft.
- Koelschip
- Een grote, ondiepe open bak waarin het hete wort een nacht afkoelt en intussen gisten en bacteriën uit de lucht opvangt, zodat het spontaan gaat gisten, zoals bij lambiek.
- Lactobacillus ('Lacto')
- Een melkzuurbacterie die suiker omzet in melkzuur: in gewoon bier geldt hij als bederver, maar brouwers gebruiken hem ook bewust voor zuur bier, zoals Berliner Weisse.
- Lactose
- Melksuiker die brouwers toevoegen voor een blijvende zoetheid, bekend van milk stout, en die in de EU-allergenenlijst onder 'melk' valt.
- Lageren
- Bier, vooral ondergistend bier, na de gisting een tijd koud laten rijpen, zodat gist en eiwitten kunnen uitzakken en de smaak verbetert; het woord komt van het Duitse 'lagern', opslaan.
- Mondgevoel / body
- Hoe een bier in je mond aanvoelt: hoe vol of dun het is (de body), hoeveel prik het heeft en of het bijvoorbeeld romig of juist samentrekkend is.
- Mout
- Graan, meestal gerst maar bijvoorbeeld ook tarwe, dat is geweekt, gekiemd en gedroogd zodat er suikers voor de gist beschikbaar komen; hoe sterker de mout is geroosterd, hoe donkerder het bier.
- Nitro
- Bier dat met een mengsel van stikstof en koolzuur wordt getapt, wat een romig mondgevoel en een dikke, lang blijvende schuimkraag geeft, bekend van Irish stout.
- Ondergisting (lage gisting)
- Gisting met lagergist bij lagere temperaturen, waarbij de gist naar de bodem zakt, zoals bij pils en andere lagers.
- Session
- Een bier met een lichter lichaam en minder alcohol, waarvan je er bij één gelegenheid meer dan één zou kunnen drinken; een harde grens is er niet: de BJCP noemt onder 4% 'session-sterkte', maar laat een session IPA tot 5% toe, net als de Brewers Association.
- Spontane gisting
- Gisting zonder dat de brouwer gist toevoegt: het gekookte wort gaat tijdens het afkoelen gisten door gisten en bacteriën die van nature in de lucht zitten, zoals bij lambiek.
- THT (ten minste houdbaar tot)
- De datum tot wanneer een product gegarandeerd zijn kwaliteit houdt; daarna is bier niet automatisch bedorven, maar kan het wel minder fris smaken (en dranken vanaf 10% alcohol hoeven volgens de EU-regels zelfs geen datum te hebben).
- Trappist (label)
- Een herkomstlabel en geen bierstijl: het logo 'Authentic Trappist Product' mag alleen op producten die in de directe omgeving van een trappistenabdij onder toezicht van monniken of nonnen zijn gemaakt, en waarvan de winst bestemd is voor de kloostergemeenschap, de trappistenorde of goede doelen.
- Wort
- De zoete suikeroplossing die ontstaat uit mout en water, daarna met hop wordt gekookt en pas door de gisting bier wordt.