Gratis verzending vanaf €75

Verzending

Hoptimaal biedt in de winkel, maar ook online allerlei verschillende bieren aan. Als je de optie hebt om een bestelling te plaatsen hebben wij het product eigenlijk altijd op voorraad (er kan altijd een foutje gemaakt worden, helaas). De producten die wij op voorraad hebben zullen, als deze voor 15:00uur besteld zijn, dezelfde dag nog verzonden worden.

Maken wij een fout met de voorraden dan zal je hier binnen 24uur een melding van krijgen. In die mail bieden wij een alternatief product aan, het recht op directe terugstorting van het volledige aankoopbedrag en een nieuwe levertijd. Het is dan aan jou de keus hoe wij onze fout met je oplossen.

Wij vertrouwen onze verzendingen toe aan DPD en bieden de volgende opties binnen Nederland:

  •  Bezorging aan huis of hop je werk
  •  PakjeGemak
  •  Avondlevering

Verzendkosten per land

Scroll naar rechts op mobiel ->

Land Verzendkosten Verlaagd tarief Gratis verzending vanaf
Nederland pakketpunt € 6,95
thuis € 8,50
– € 75
België € 8,95 – € 100
Duitsland € 13,50 – € 100
Denemarken € 15,95 – € 150
Oostenrijk € 15,95 – € 150
Bulgarije € 47,50 € 25 vanaf € 150 nooit gratis
Estland € 17,50 – € 150
Finland pakketpunt € 24,95
thuis € 29,95
thuis: € 10 vanaf € 200 pakketpunt € 200
thuis € 250
Frankrijk € 16,95 – € 150
Griekenland € 29,50 € 15 vanaf € 150 nooit gratis
Hongarije € 21,95 € 10 vanaf € 150 € 200
Ierland € 15,95 – € 150
Italië € 16,95 – € 150
Kroatië € 47,50 € 25 vanaf € 150 nooit gratis
Letland € 17,50 – € 150
Litouwen € 21,95 € 10 vanaf € 150 € 200
Luxemburg € 12,95 – € 150
Polen € 15,95 – € 150
Portugal € 19,95 € 10 vanaf € 150 € 200
Roemenië € 27,50 € 10 vanaf € 150 nooit gratis
Spanje € 18,75 – € 150
Tsjechië € 15,95 – € 150
Zweden pakketpunt € 24,95
thuis € 29,95
thuis: € 10 vanaf € 200 pakketpunt € 200
thuis € 250
Noorwegen* Coming soon
Verenigd Koninkrijk* Coming soon
Zwitserland* Coming soon

Bezorging

DPD bezorgd over het algemeen binnen 24 uur na ontvangst van het pakket. Dus als wij op werkdagen je bestelling voor 15:00 uur hebben ontvangen, heb je in 99% van de gevallen je bestelling de volgende dag in huis. Het kan wel eens voorkomen dat ze een dag langer nodig hebben. Dit kan je volgen via de Track & Trace gegevens die je van ons ontvangt, zodat je precies kunt zien waar je bestelling is. DPD geeft je ook een tijdsvlak van 2 tot 4 uur waarin je bestelling bezorgd zal worden. Ben je niet thuis? Geen probleem! Je kunt zelf aangeven of je wilt dat ze morgen nog een keertje bij je langs komen of dat ze het bij het dichtstbijzijnde postkantoor afleveren.

Heb je een vraag over de bezorging van je bier? Neem gerust contact met ons op: klantenservice.

 

Retourneren

Je hebt een bedenktermijn van 14 dagen nadat je het product hebt ontvangen. Binnen deze termijn kan je het product aanmelden voor retournering. In de mail die je hebt ontvangen waarin staat dat je bestelling onderweg is staat een link die je kunt gebruiken om simpel en gratis een retourlabel te downloaden en printen. Retourneren is gratis: wij leveren het retourlabel en de verzendkosten van je retour zijn voor onze rekening. Na het aanmelden van je retour heb je nogmaals 14 dagen om het product retour te sturen. Als je meerdere artikelen in één keer hebt gekocht begint het termijn na ontvangst van je laatste artikel.

Hoe retourneer of ruil ik een product?

  • Vul binnen 14 dagen na ontvangst het retourformulier in. Lukt het niet om het retourformulier te printen, schrijf dan in ieder geval het ordernummer en je naam op een blaadje en voeg deze toe aan je retour.
  • Meld je retour aan bij onze klantenservice. Dit kan je doen door een mailtje te sturen naar: info@hoptimaal.nl of te bellen met 085 -130 1591. Of print zelf je retourlabel via de link in de mail met de titel "Je bestelling is onderweg".
  • Na het aanmelden van je retour heb je nogmaals 14 dagen om het product retour te sturen.
  • Stuur je retour vervolgens in originele staat en met de verpakking retour. Producten die beschadigd of niet compleet zijn komen niet in aanmerking voor ruiling of restitutie.

Let op: na de 14 dagen bedenktermijn is het niet meer mogelijk om je product te retourneren.

Wat mag je verwachten na het retourneren van je product?

Na het ontvangen van je retour ontvang je van ons een bevestiging. Dit kan 3 werkdagen duren, maar over het algemeen verwerken wij je retour op de dag dat wij hem ontvangen. Wij gaan je retour controleren om te kijken of je product voldoet aan onze retourvoorwaarden en vervolgens aan de slag met de door jouw gewenste oplossing.

Wil je je geld terug?

  • Wij storten het aankoopbedrag binnen 3 werkdagen na bevestiging van ontvangst terug op de rekening waarmee je hebt betaald. Wil je het aankoopbedrag op een andere manier ontvangen, neem dan contact met ons op over de mogelijkheden.
  • Bij zichtbare gebruikssporen, missende accessoires of een ontbrekende verpakking heb je geen recht meer op restitutie. Wanneer de verpakking niet geheel in originele staat retour komt doen wij niet moeilijk en krijg je in ieder geval 75% van het aankoopbedrag terug. Dit is heel zelden het geval, meestal wordt gewoon het volledige aankoopbedrag teruggestort.

Wil je een nieuw product ontvangen?

Na het ontvangen van je retour, sturen wij het nieuwe product gelijk op. Als het product niet meer op voorraad is, storten wij het aankoopbedrag terug op de rekening waarmee je betaald hebt.

  • Is het nieuwe product goedkoper? Het restbedrag word binnen 3 werkdagen teruggestort op je rekening.
  • Is het nieuwe product duurder? Je ontvangt een betaalverzoek voor het restbedrag. Na ontvangst van betalingen sturen wij het product direct op.
  • Wil je het nieuwe product op een ander adres of een andere dag ontvangen, neem dan contact met ons op.

Uitzonderingen

Bier wat open is geweest zal niet retour worden genomen. Ook als je bier besteld hebt met korting omdat de houdbaarheid bijna is verlopen nemen wij het niet retour. Uiteraard zetten wij dit duidelijk op de productpagina, zodat je niet verast word met een beperkte houdbaarheidsdatum.

Het artikel mag retour naar onderstaand adres:

Hoptimaal
Leeghwater 5
3825MR Amersfoort
Nederland

Bestel voor 15:00 op werkdagen, vandaag verzonden
Anti-breuk verpakking

Je bieren worden altijd zorgvuldig verpakt. Mocht er onderweg toch schade zijn, dan heb je bij ons altijd garantie. Niet goed, geld terug.

Winkelwagen

Je winkelwagen is leeg

Bierschool · Ingrediënt

Gist

Gist is een schimmel die de suikers uit de mout omzet in alcohol en koolzuur. Daarbij maakt hij ook geur- en smaakstoffen: van fruitig en kruidig tot, bij wilde gisten, 'funky'.

Wat is het?

Biergist is een schimmel. Hij vermenigvuldigt zich door knopvorming: er splitst een dochtercel af. Gist kan met en zonder zuurstof leven. Zonder zuurstof zet hij suikers zoals glucose en maltose om in ongeveer gelijke delen alcohol en koolzuur: dat is gisting. Daarbij maakt hij ook andere stoffen, zoals esters (fruitig), fenolen (kruidig), hogere alcoholen en diacetyl.

In bier werken vooral twee soorten. Ale- of bovengist is Saccharomyces cerevisiae, dezelfde soort die ook voor brood, wijn en cider wordt gebruikt. Lager- of ondergist heet Saccharomyces pastorianus, naar Louis Pasteur. Dat is een kruising van alegist met de koudetolerante wilde gist Saccharomyces eubayanus. Bij zure en wilde bieren doen ook andere gisten, zoals Brettanomyces, en melkzuurbacteriën mee.

Wat doet het in bier?

Gist doet veel meer dan alcohol maken.

  • Alcohol en droogte. Hoe ver de gist de suikers wegwerkt, heet de vergistingsgraad. De meeste stammen halen volgens brouwboekauteur John Palmer een schijnbare vergisting van 67–77%; hoe vergistbaar het wort is, bepaalt de brouwer. Biergisten zijn bovendien goed in het vergisten van maltotriose, een suiker uit het wort.
  • Fruitig: esters. Isoamylacetaat, met een geur van banaan, geldt als een van de belangrijkste, omdat je het al in heel kleine hoeveelheden ruikt. Hoeveel esters er ontstaan, hangt af van onder meer het wort, de beluchting en het gistvat. Lagers zijn doorgaans vrij van fruitige esters: volgens Palmer remt de koele gisting hun vorming. In hoge gisttanks remt de koolzuurdruk vooral het banaanaroma.
  • Kruidig: fenolen. 4-vinylguaiacol ruikt naar kruidnagel. Veel biergisten zijn het vermogen kwijtgeraakt om het te maken, en in de meeste stijlen is het ongewenst. Bij weizen en een deel van de Belgische bieren hoort het er juist bij.
  • Boter: diacetyl. Ontstaat tijdens de gisting; gezonde gist ruimt het daarna weer op. In de meeste bieren geldt het als fout.
  • Helderheid en koolzuur. Hoe snel gist samenklontert en uitzakt, verschilt per stam. Bij hergisting op fles maakt de gist in de fles het koolzuur.

Soorten

  • Bovengist (ale): Saccharomyces cerevisiae. Werkt volgens Palmer het liefst bij 18–24 °C en maakt doorgaans meer smaakstoffen dan lagergist. Genetisch onderzoek vond twee grote families biergist; binnen één ervan vormen gisten uit België/Duitsland, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten aparte groepen.
  • Weizengist en Belgische gist: bovengisten met een kruidige, fenolische kant. Weizengist geeft banaan en kruidnagel; Belgische gisten in tripel en saison geven kruidige, peperige tonen en fruitige esters. De meeste commerciële saisongisten zijn 'diastatisch': ze breken ook langere suikerketens af en maken het bier zo extra droog.
  • Ondergist (lager): Saccharomyces pastorianus. Werkt volgens Palmer en de Brewers Association bij 7–13 °C en geeft een schoner, minder fruitig bier.
  • Kveik: Noorse boerengist, generaties lang doorgegeven en gedroogd bewaard. Traditioneel gaat hij in wort van 28–40 °C.
  • Brettanomyces ('Brett'): wilde gist met fruitige, maar ook 'funky' tonen als leer, stal en paardendeken. Meestal gebruikt voor een nagisting; hij overleeft lang in houten vaten.
  • Melkzuurbacteriën: Lactobacillus en Pediococcus maken melkzuur. In gewoon bier zijn het bedervers, en hop remt de meeste. In zuur bier zijn ze de bedoeling: bij Berliner Weisse werken ze samen met de gist, bij kettle souring verzuren ze het wort meestal in één tot drie dagen. Pediococcus kan bier stroperig maken; Brett ruimt dat met de tijd weer op.
  • Spontane gisting: bij lambiek wisselen de microben elkaar af. In een onderzoek in een traditionele lambiekbrouwerij waren dat eerst enterobacteriën, na zo'n twee maanden Pediococcus en Saccharomyces, en vanaf ongeveer zes maanden Brettanomyces.

Fabel of feit?

Fabel

‘Gist staat niet in het Reinheitsgebot, omdat men in 1516 nog niet wist dat gist bestond.’

Brouwers kenden en gebruikten gist al lang vóór 1516. Dat gist een levend organisme is dat de gisting doet, werd pas in de 19e eeuw vastgesteld.

Fabel

‘Gist staat niet in het Reinheitsgebot, omdat men in 1516 nog niet wist dat gist bestond.’

Het klopt dat de Beierse regel van 1516 geen gist noemt: alleen gerst, hop en water. Maar dat komt niet doordat niemand gist kende. Een oudere Londense brouwregel uit 1484 noemt het gewoon: water, mout en gist. Beierse en Frankische regels uit die tijd, zoals die van München (1487) en Bamberg (1489), noemen net als die van 1516 alleen gerst of mout, hop en water.

Ook andere 16e-eeuwse teksten behandelen gist als vanzelfsprekend. Andrew Boorde noemt in 1542 'yest, barme, or goddesgood', en Christoph Kobrer beschrijft in 1581 hoe je natte en gedroogde gist hergebruikt. Volgens brouwer Matthias Trum, die ook geschiedenis studeerde, bestond er zelfs een apart beroep, de 'Hefener', die de gist oogstte en in het volgende brouwsel zette. Waarom gist in 1516 ontbreekt, zegt de tekst zelf niet. Trum denkt dat gist niet als grondstof gold, omdat je het na het brouwen weer terugkrijgt, en zelfs meer.

Wat men toen niet wist, is wát gist is. Pas in de 19e eeuw werd vastgesteld dat gisting het werk is van levende organismen. In zijn boek over bier uit 1876 liet Louis Pasteur zien welke rol micro-organismen bij bederf van bier spelen. In Beieren kwam 'Hefe' in 1910 uitdrukkelijk in de wet.

Bronnen

Deels waar

‘Vóór Pasteur en Hansen was al het bier zuur.’

Zurig kon het zeker worden, want gistculturen waren tot eind 19e eeuw vaak mengsels, waarin ook melkzuurbacteriën konden zitten. Maar zuur was niet de norm: oude bronnen beschrijven bier als zoet of bitter, en zuur als iets wat je wilde voorkomen.

Deels waar

‘Vóór Pasteur en Hansen was al het bier zuur.’

Wat klopt: tot Emil Christian Hansen in 1883 de eerste reincultuur kweekte, waren gistculturen in Beieren volgens het Historisches Lexikon Bayerns altijd mengsels van boven- en ondergistende gisten, wilde gisten en melkzuurbacteriën. Brouwers hergebruikten hun gist van brouwsel tot brouwsel, dus een besmetting ging mee. Bier kon zuur worden, zeker in de zomer.

Maar 'al het bier was zuur' gaat te ver. Lars Marius Garshol, die oude brouwtradities onderzoekt, zette historische bronnen op een rij. Olaus Magnus schreef in 1555 dat men bier zoet of bitter brouwt, naar smaak; zuur werd het volgens Garshol vooral per ongeluk. Een recept uit een Beiers boek van 1598, in 1616 in het Deens vertaald, waarschuwt dat het bier in de zomer snel zuur wordt, en geeft tips om dat te voorkomen. Garshol wijst ook op 19e-eeuwse analyses van Duitse en Boheemse lagers: het melkzuurgehalte lag gemiddeld meestal onder de grens waarboven je iets zurigs proeft, al zaten flink wat losse bieren erboven. Zijn conclusie: het meeste bier van vóór Pasteur was niet zuur, maar een flink deel was wat zurig.

Ook het idee dat bier vóór Pasteur vanzelf ging gisten omdat niemand gist kende, klopt niet: in 16e-eeuwse beschrijvingen van het brouwen is gist toevoegen gewoon. Er zijn wel wetenschappers die schrijven dat oorspronkelijk al het bier minstens licht zuur was. Hoe zurig het gemiddelde bier precies was, weten we niet.

Bronnen

Deels waar

‘Bovengist drijft bovenop en ondergist zakt naar de bodem; daar komen de namen vandaan.’

In ouderwetse open gistkuipen klopt dat beeld, en daar komen de namen ook vandaan. In moderne tanks zakt ook bovengist naar de bodem; het echte verschil zit in de gistsoort en de temperatuur.

Deels waar

‘Bovengist drijft bovenop en ondergist zakt naar de bodem; daar komen de namen vandaan.’

De namen zijn niet verzonnen. Alegist (Saccharomyces cerevisiae) stijgt in traditionele open gistkuipen naar het oppervlak; brouwers schepten hem daar af om opnieuw te gebruiken. Lagergist (Saccharomyces pastorianus) komt onder geen enkele omstandigheid boven drijven en verzamelt zich op de bodem.

Maar veel brouwerijen vergisten tegenwoordig in hoge cilindroconische tanks. Door de druk van de hoge vloeistofkolom belandt daar ook alegist onderin, in de kegel. Volgens brouwboekauteur John Palmer houden veel huidige giststammen zich sowieso niet aan de indeling. Het belangrijke verschil is volgens hem de temperatuur: alegist werkt het liefst bij 18–24 °C en wordt onder ongeveer 12 °C inactief, lagergist werkt prima bij 7–13 °C.

Daarbij gaat het om twee verschillende gistsoorten. Lagergist is een kruising van alegist met de koudetolerante wilde gist Saccharomyces eubayanus, en dankt zijn koudebestendigheid aan dat deel van zijn erfelijk materiaal.

De woorden zelf betekenen ook niet overal hetzelfde. Volgens de BJCP spreken Duitsers liever van ober- en untergärig; voor hen is 'lager' vooral een manier van koud rijpen. Een Kölsch heet daar dan ook een bovengistend lagerbier.

Bronnen

Fabel

‘Kveik is een Noorse bierstijl.’

Kveik is geen bierstijl maar gist: de traditionele boerengist uit West-Noorwegen, bekend om zijn snelle gisting bij hoge temperaturen.

Fabel

‘Kveik is een Noorse bierstijl.’

Kveik is een Noors dialectwoord, vooral uit het westen en zuiden van het land, dat oorspronkelijk gewoon 'gist' betekent. Volgens Lars Marius Garshol, die de Noorse boerenbrouwtraditie onderzoekt, onderscheiden brouwers daar 'gjær', gist uit de winkel, van 'kveik', hun eigen traditionele boerengist. Wie het over het bier wil hebben, zegt volgens hem beter maltøl, en zelfs daaronder vallen heel verschillende stijlen. Ook de BJCP-richtlijnen zeggen het uitdrukkelijk: kveik is geen bierstijl.

Wat kveik wel bijzonder maakt: boerenbrouwers gaven hun gist generaties lang door en bewaarden hem gedroogd, soms een jaar of langer. Traditioneel ging de gist in wort van 28–40 °C, voor biergist een heel hoge gisttemperatuur. Genetisch vormen de kveikgisten een eigen groep binnen de biergisten. De onderzochte stammen waren niet fenolisch (dus geen kruidnageltonen), vlokten sterk uit en vergistten snel.

Een traditionele kveik is bovendien geen enkele stam, maar een mengsel. In de winkel koop je vaak een losse stam die eruit is opgekweekt. Volgens Garshol verschillen de kveiks onderling sterk in smaak.

Bronnen

Fabel

‘De banaan- en kruidnageltonen in weizen komen van toegevoegd fruit of kruiden.’

Er gaat geen banaan of kruidnagel in. De gist maakt die geuren zelf tijdens de gisting.

Fabel

‘De banaan- en kruidnageltonen in weizen komen van toegevoegd fruit of kruiden.’

In weizen gaan tarwemout, gerstemout, hop, water en gist. De BJCP noemt banaan en kruidnagel uitdrukkelijk het gistingsprofiel van de weizengist.

De banaan komt van esters die de gist maakt, vooral isoamylacetaat. Onderzoekers van de KU Leuven noemen dat de stof die bier een fruitige banaansmaak geeft. De kruidnagel komt van 4-vinylguaiacol, dat gist met de genen PAD1 en FDC1 maakt uit ferulazuur uit het graan. Veel biergisten zijn dat vermogen kwijtgeraakt, en in de meeste stijlen geldt 4-vinylguaiacol als een ongewenste bijsmaak. Weizengisten maken het wel, en in deze stijl is veel ervan juist gewenst. Een sensorische studie uit Freising vond in een typisch Beiers tarwebier zo'n dertien keer meer 4-vinylguaiacol dan in een tarwebier waarin die typische weizengeur wat ontbrak.

Een kleine nuance: een deel van die stof ontstaat al bij het koken van de wort, maar het meeste komt van de gist tijdens de gisting. Witbier is het tegenvoorbeeld: daar komen citrus en kruidigheid vooral wél uit toegevoegde koriander en sinaasappelschil.

Bronnen

Fabel

‘Bezinksel of gist onderin de fles betekent dat het bier slecht is.’

Bij bier dat op de fles is nagegist, is dat laagje gewoon gist: zo krijgt het bier zijn koolzuur. Of je het meeschenkt, hangt af van de stijl en van je smaak.

Fabel

‘Bezinksel of gist onderin de fles betekent dat het bier slecht is.’

Bij hergisting op fles gaat er bij het bottelen nog wat suiker of wort bij het bier. De gist maakt daarna in de fles het koolzuur. De BJCP noemt hergisting op fles een gemeenschappelijk kenmerk van de Belgische kloosterbierstijlen, en volgens de HORAL-regels moeten Oude Geuze en Oude Kriek op de fles nagisten. Dat er dan gist naar de bodem zakt, is normaal. Een handreiking van CraftBeer.com (Brewers Association) raadt zelfs aan speciaalbier rechtop te bewaren, zodat de gist naar de bodem zakt.

Of je het laagje meeschenkt, verschilt per stijl. Bij weizen mag de brouwer volgens de BJCP aangeven of de gist opgeschud moet worden. Australian Sparkling Ale wordt volgens de BJCP meestal mét gist geschonken. Witbier wordt volgens de Brewers Association traditioneel troebel geschonken. Bij tripel schrijft de BA juist dat je de gist niet bewust hoort op te schudden.

Eén kanttekening. Besmetting met wilde gisten of bacteriën kan volgens de Brewers Association wel troebeling en vlokken geven, en daarnaast afwijkende geuren en smaken, zuurheid of een fles die bij het openen overschuimt ('gushing'). Maar bij een bier dat op de fles is nagegist, is een laagje gist onderin op zich geen teken van bederf.

Bronnen

Fabel

‘Zuur bier is bedorven bier.’

Bij zure bierstijlen is het zuur de bedoeling: brouwers laten bewust melkzuurbacteriën hun werk doen. Een overheersende azijnsmaak geldt wel als fout.

Fabel

‘Zuur bier is bedorven bier.’

In de meeste bieren zijn bacteriën inderdaad ongewenst, omdat ze bederf kunnen veroorzaken. Bij zure bieren horen melkzuurbacteriën, en soms azijnzuurbacteriën, juist bij de gewenste microben. Zij maken de organische zuren die het bier fris en zurig maken.

Dat gebeurt gecontroleerd. Bij kettle souring verzuurt het wort in één tot drie dagen in de brouwketel, waarna de verzuring wordt gestopt door te koken of door sterk gehopt wort toe te voegen. Vlaams rood rijpt tot twee jaar in grote houten vaten en wordt daarna gemengd met jong bier.

De stijlrichtlijnen van de BJCP beschrijven ook wat wél fout is. Berliner Weisse mag nooit azijnachtig zijn. Bij Vlaams rood is een beetje azijnzuur acceptabel, maar een overheersend azijnkarakter niet. En bij lambiek en geuze geldt een duidelijk azijn- of cideraroma bij Belgische brouwers als fout.

Zuur is dus een bewuste smaakkeuze. Ontsporing naar azijn is wat brouwers als fout zien.

Bronnen

Uit de geschiedenis

Brouwers gebruikten gist al eeuwen bewust. Een Londense brouwregel uit 1484 noemt het met name, en in 16e-eeuwse beschrijvingen van het brouwen is gist volgens bierhistoricus Lars Marius Garshol een vanzelfsprekend ingrediënt. Brouwers hergebruikten hun gist van brouwsel tot brouwsel. Genetisch onderzoek schat dat de gemeenschappelijke voorouders van de twee grote families biergist rond 1573–1604 en 1645–1671 leefden.

Dat gisting het werk is van levende organismen, werd pas in de 19e eeuw vastgesteld. In zijn boek over bier uit 1876 liet Louis Pasteur zien dat bederf van bier samengaat met de groei van micro-organismen die niet bij de biergist horen. In 1883 kweekte Emil Christian Hansen in het Carlsberg-laboratorium in Kopenhagen uit één cel de eerste reincultuur van biergist. Tot dan waren gistculturen, in elk geval in Beieren, altijd mengsels, ook met wilde gisten en melkzuurbacteriën.

De wilde ouder van lagergist, S. eubayanus, werd pas in 2011 beschreven, na vondsten in Patagonië. Later dook hij ook op in onder meer Tibet en Ierland. Waar en wanneer lagergist precies ontstond, is nog onzeker.

Zo proef je het

Een paar proefjes, als advies. Zet een weizen naast een pilsner. In de weizen ruik je banaan en kruidnagel: dat maakt de gist, er gaat geen fruit of kruid in. De pils heeft een schoon gistprofiel, zodat mout en hop voorop staan. Een saison of tripel laat de kruidig-peperige en fruitige kant van Belgische gist zien; in een saison proef je ook hoe droog een gist een bier kan maken. In een lambiek of geuze proef je wat wilde gisten en bacteriën doen: zuur en, zeker bij oudere bieren, tonen als stal, leer en paardendeken.

Hier speelt het de hoofdrol

Meer over wat er in bier zit

HopMoutWater

Begrippen

Gist
Het micro-organisme dat tijdens de gisting de suikers uit de mout omzet in alcohol en koolzuur.
Bovengisting (hoge gisting)
Gisting met gist die tijdens het gisten naar boven komt (ale-gist), meestal bij een hogere temperatuur dan ondergisting; zo worden onder meer pale ale, IPA, stout, weizen en Belgische stijlen als witbier, dubbel en tripel gemaakt.
Ondergisting (lage gisting)
Gisting met lagergist bij lagere temperaturen, waarbij de gist naar de bodem zakt, zoals bij pils en andere lagers.
Esters
Geurstoffen die tijdens de gisting ontstaan en bier een fruitige geur en smaak geven, bijvoorbeeld van pruim of rozijn in een imperial stout; ze komen veel voor in bovengistende bieren (ales).
Fenolen
Geurstoffen die gist kan maken en die kruidig ruiken, bijvoorbeeld naar kruidnagel (4-vinylguaiacol) of peper; in de meeste bieren ongewenst, maar bij weizen en een deel van de Belgische bieren juist kenmerkend. Brettanomyces maakt andere fenolen, met tonen als stal, leer of pleister.
Diacetyl
Een stof die tijdens de gisting ontstaat en naar boter of butterscotch ruikt; gezonde gist ruimt het daarna weer op. In de meeste bieren geldt het als fout. Ook sommige melkzuurbacteriën, zoals Pediococcus, maken het.
Hergisting op fles
Bij het bottelen gaat er nog wat suiker of wort bij het bier, zodat de gist in de fles opnieuw gist en het bier op natuurlijke wijze zijn koolzuur krijgt; vaak zie je daardoor een laagje gist onderin.
Kveik
Traditionele boerengist uit West-Noorwegen, generaties lang door brouwers doorgegeven en vaak gedroogd bewaard; hij vergist bij hoge temperaturen (traditioneel in wort van 28–40 °C). Kveik is geen bierstijl.
Brettanomyces ('Brett')
Een wilde gistsoort die fruitige maar ook 'funky' tonen kan geven, zoals leer, stal of paardendeken, en die gewenst is in onder meer lambiek en veel op hout gerijpte bieren.
Lactobacillus ('Lacto')
Een melkzuurbacterie die suiker omzet in melkzuur: in gewoon bier geldt hij als bederver, maar brouwers gebruiken hem ook bewust voor zuur bier, zoals Berliner Weisse.
Pediococcus ('Pedio')
Een melkzuurbacterie die bier zuur maakt. In gewoon bier is het een bederver die ook diacetyl en een stroperig mondgevoel kan geven; in lambiek is het een gewenste deelnemer aan de gisting.
Kettle souring
Een snelle manier om bier zuur te maken: melkzuurbacteriën verzuren het wort in de brouwketel, meestal in één tot drie dagen; daarna wordt de verzuring gestopt, bijvoorbeeld door te koken, en vergist het bier gewoon. Volgens de BJCP worden veel moderne zure bieren zo gemaakt, als snel alternatief voor rijping op vaten.
Spontane gisting
Gisting zonder dat de brouwer gist toevoegt: het gekookte wort gaat tijdens het afkoelen gisten door gisten en bacteriën die van nature in de lucht zitten, zoals bij lambiek.
Reincultuur
Gist die uit één enkele cel is opgekweekt, zodat er maar één stam in zit. Emil Christian Hansen maakte in 1883 bij Carlsberg de eerste reincultuur van biergist; daarvoor waren gistculturen mengsels, waarin ook wilde gisten en bacteriën konden zitten.
Bronnen van deze pagina